Grote brand Weerselo

Hoeveel vermogen staat er tegenover je?

De les achter de knockdown

Hoeveel vermogen staat er tegenover je?

Van praktijk naar basisprincipes De snelle knockdown bij de bedrijfsbrand in Weerselo roept een interessante vraag op: was er voldoende koelvermogen beschikbaar om deze brand daadwerkelijk veilig en effectief aan te pakken? Om dat te begrijpen, kijken we naar de omvang van het pand, de mogelijke vuurlast en het brandvermogen.

Het ging om twee naast elkaar gelegen hallen van ongeveer 10 bij 25 meter. Iedere hal had daarmee een oppervlakte van ongeveer 250 m². Voor industriële situaties kan als uitgangspunt worden gerekend met ongeveer 0,5 MW per m².

Dat betekent dat één hal een potentieel brandvermogen van ongeveer 125 MW vertegenwoordigt. Voor beide hallen samen gaat het om ongeveer 250 MW potentieel vermogen. Door de stapeling van materiaal kan het werkelijke potentieel bovendien hoger liggen.

Tijdens deze brand stond naar schatting 20 tot 30 m² daadwerkelijk in brand. Bij 30 m² komt dat, volgens dezelfde benadering, neer op een potentieel brandvermogen van ongeveer 15 MW (0,5 x 30).

Dat getal zegt niet dat er op dat moment daadwerkelijk 15 MW aan energie vrijkwam. Het geeft een indicatie van het potentiële vermogen van de aanwezige brandbare materialen. De daadwerkelijke brandontwikkeling wordt onder meer bepaald door de beschikbare zuurstof en ventilatie.

Het belang van koelvermogen Op basis van deze inschatting was, uitgaande van 15MW, één LD-inzet volgens de basisprincipes onvoldoende. Er is ingezet met twee keer een snelle aanvalsslang en die geven van zichzelf meer water dan een LD straal maar dat is in de berekening niet meegenomen.

Doordat de brand met twee snelle aanvalsslangen kon worden aangepakt, kon de brand snel worden bestreden. Er was voldoende koelvermogen beschikbaar om direct een knockdown te geven en de brand beheersbaar te houden en verdere uitbreiding te voorkomen.

Gezien de omvang van de hal en de aanwezige inboedel/vuurlast was een snelle branduitbreiding te verwachten. Een exacte tijdindicatie is lastig te geven, maar wat wel bekend is, is dat branduitbreiding snel kan gaan zodra er extra openingen ontstaan of worden gemaakt. De ‘window of opportunity’ kan heel klein zijn.

Zorg er daarom, net als bij deze inzet goed is gedaan, voor dat je direct voldoende koelend vermogen tegenover de brand zet. De window of opportunity Bij een brand in een grote hal kan de branduitbreiding snel verlopen. Zeker wanneer extra openingen ontstaan of worden gemaakt. Een deur openen, een raam breken of een andere opening creëren kan de hoeveelheid beschikbare zuurstof vergroten en daarmee het brandvermogen laten toenemen. De tijd waarin je de brand met een snelle inzet nog effectief kunt beïnvloeden, kan daardoor beperkt zijn. Dat noemen we de window of opportunity.

De inzet in Weerselo laat zien hoe belangrijk het is om die kans te herkennen én er direct voldoende koelvermogen tegenover te zetten.

En als je niet precies weet waar de brand zit? Tip: weet je niet waar de brand zich bevindt, of is de inzetdiepte vanaf de opening groot? Werk dan vanuit antiventilatie en deurcontrole. Ook als de brand al uitslaand is. Een brand in een gebouw is vrijwel altijd ventilatiegecontroleerd. Iedere extra opening kan het actuele brandvermogen vergroten. Door ventilatie te beheersen, houd je invloed op de brandontwikkeling en creëer je tijd om de situatie verder te beoordelen.